Domino D-day
Eindelijk. Het is voorbij. Naar weken vol spanning voor de TV te hebben gezeten om niets te missen van de tussentijdse journaals van s' lands meest incompetente televisiepresentator, (het uitschot van de TOTOdivisie) die ons praktisch dagelijks op de hoogte hield van de gebeurtenissen in de belangrijkste jaarbeurs van het land, is het over. De steentjes zijn gevallen. Samen met 40 miljoen andere kijkers (Dat was in ieder geval de score van vorig jaar) heb ik uren aan oeverloze lol kunnen beleven aan de hele show om 'Domino D-day 2003.' De videoband van dit spektakel staat inmiddels naast alle voorgaande banden, keurig op een rijtje op de schoorsteenmantel. Iets voor het nageslacht. Om na mijn vertrek naar de eeuwige jachtvelden ruzie's tussen mijn toekomstig kroost te voorkomen, heb ik van elke band alvast een paar kopietjes laten maken. Om ruzie te voorkomen, snapje?
Net als de rest van Nederland had ik me goed voorbereid op de avondvullende show die SBS6 ons voorschotelde... Ik had natuurlijk de volgende dag de herhaling op NET5 kunnen bekijken, of de week erna dezelfde herhaling op V8, maar geef toe: Je wil toch altijd zo snel mogelijk de overvloed aan nuttige informatie die deze vuilnis-zender je aanbied, opzuigen?
Dus met 3 zakken chips en 5 liter cola bij de hand, nestelde ik mij in mijn televisie-stoel, zette de televisie aan en zapte naar SBS6. De voorbesprekingen waren al begonnen. ik heb me uren kunnen vermaken met boeiende interviews met notarissen, en trekkingen van loterij-partijen. Na een aantal uren aan non-stop Wendy van dijk-geÎmmer aan gehoord te hebben begon ik toch enigszins gepikeerd te raken, gedachten als 'Waar blijven de steentjes' spookten door mijn hoofd. Ik moet toegeven dat die galbak, ene Jeroen, met zijn trieste belspelletjes die het nodig vond zijn hoofd op willekeurige plaatsen in de uitzending in beeld te gooien me na een paar minuten al een aantal hectometers uit de strot begon te komen. Ook de spetterende optredens van internationale grootheden als Westlive, Nick Carter en Sita wisten me niet te boeien. Ene lulhannes 'Crabbe' die maar met een of ander triest vriendje de hele tijd begon te emmeren over zijn 'postcodeloterij' maakte een einde aan mijn geduld voor de commerciÎle zijk-instelling van de zender. Na 15 minuten bij de Domino-d-day infolijn in de wacht te hebben gehangen om een klacht in te dienen over dit afschuwelijke wanbeleid van hun kant, was het dan eindelijk tijd om de eerste steen een letterlijk 'zetje in de rug' te geven.
Nadat Nick Carter, superster in hart en nieren, het eerste steentje omgooide voelde ik het nut van mijn intensieve voorbereidingen. Enkele druppels hadden door de immense spanning de weg uit mijn plasbuis reeds gevonden, maar werden, jammer voor hun, al vlot geabsorbeerd door de extra dikke laag Tena lady die ik rondom mijn billetjes had aangebracht. Ha. 'Eat your heart out, spanningen!' Het feest was begonnen. 4 miljoen steentjes stonden gereed om allemaal om te vallen. Dankzij mijn recent aangeschafte Dolby setje had ik zelfs de mogelijkheid om alle steentjes om me heen te horen vallen. Wat een weelde, wat een pracht. Dat het allemaal mogelijk is in deze moderne maatschappij.
Urenlang heb ik me kunnen vermaken met 4 miljoen steentjes, waarvan er uiteindelijk 3.847.295 van gevallen zijn.... En dit is allemaal te danken aan Robin Paul Wijers, organisator van dit alles. Morgen schijf ik een brief naar de paus of deze hem heilig wil verklaren.
En toen was het over. Afgelopen. Poef. Weg. SBS6 maakte nog wel een paar lame pogingen om de sfeer er in te houden, door beelden van feestende dominobouwers uit te zenden, maar voor mij was het een grote anticlimax. Ik had wat meer verwacht. steeds grotere steentjes ofzo, en dat ze dan langzaamaan naar buiten bewogen en gingen dominoÎn met de skyline van Leeuwarden. Lachen toch? Maar toch zal ik morgen meteen proberen de DVD van dit spektakel te bemachtigen, zodat ik de vele steentjes ook in slow motion kan zien vallen....
Ik vraag me echter nog steeds af wat men van plan is te gaan doen met de 4 miljoen steentjes. Wie heeft er belang bij 4 miljoen platte, rechthoekige stukjes plastic? Worden ze in dozen naar Polen gestuurd? Iets voor de weeskindjes? Of worden ze voor het goede doel geveild? Ik moet eerlijk toegeven dat ik op zijn minst wel een maandloon over heb voor een van de steentjes die deel uit heeftgemaakt van het immense bouwwerk waar honderd bouwers maanden aan hebben moeten werken.
Besmeurde verkoudheids zwarten!
"Smoarriche kanker Swarten! Smoarige kanker Swarten!" (Besmeurde verkoudheids Zwarten, Besmeurde verkoudheids zwarten!) schreeuwt de achterbank van lijn 41 naar voren, waar een klein 14 jarig negertje zich snel onder de bank verstopt. "Moat gewoan godverdomme net nuverder wurde mei die kankurSwarten!" (Het moet Allahverdomme niet erger worden met die verhipte negers!) "Se kenne net iens gewoon prate! It liket verdomme wol een oarwald hjirre!" (Ze kunnen me daar verhippie niet eens normaal praten, het lijkt hier wel een oerwoud.) De achterbank van lijn 41 reageert door hyperactief op en neer te springen en vreemde kreten te uiten. De bus tuft over de snelweg. "Se mutte sich ris fatsoenlyk waskje!" (Ze zouden zich eens moeten wassen.)
"We soene it godverdomme krekt sa dwan mutte as in Bolward, godverdomme!", (We zouden het verdikke me net zo moeten doen als in Bolsward, verdikkeme.) schreeuwt het kleinste manneke van de achterbank van lijn 41. "Der woene se immers un grut krus in de fik stekke, kreks as die luu van de KaaKaaKaa! Verdomme!" (Daar zou men een kruis in de brand steken, net als onze Arische broeders van de KKK.) "Of gewoan een stjinne troch de ruten smite, dat sil die aaisikers ljerje!" (Of gewoon een steen door de ruiten gooien, dat zal de eierzoekers leren!" "Godverdomme!" (Verhip).
"En oars die smoarige Turken, die kenne sig godverdomme ek net het fatsoen halde! Wat tinken die smoarige sânmantsjes wol net! Se helde godverdomme ek nog sân smoarige hoer ut dat kankerlân van se! Wat mankjerred die kankurTurken! Wat is der verdomme mis mei een gewoane hollanse teef!", (En anders die bevuilde Turken, die kunnen zich verhippetip ook niet fatsoenlijk gedragen. Ze halen verdorie zelfs nog een vrouw uit het land van herkomst, het kinkhoestland, wat is er mis met een Oud-Hollandsch melkvrouwtje?) schreeuwt de aanvoerder van de achterbank door de bus.
De bus stopt. Een aantal mensen stapt uit, en een aantal mensen stapt in. Onder de instappers twee negers. Echte. Gecertificeerde Vijftigcentnegers met houding, en blingbling. Heuse Chizznicks. Van Chizzle. En Frizzle, to. The. Nizzle. De bus vervolgt zijn weg.
"Hest do dien huuswerk ek al dwan?", (Zeg, heb jij mijn huiswerk al af?) zegt het kleinste manneke op een beschaafde toon van de achterbank tegen zijn buurman. "Ja, wie wol noflik, sa even oan it wurk." (Ja, en dat was wel prettig.) "Hee Henk, must do eens oan dien broek sjugge!" zegt Klaas. (Hee, Henk, moet jij eens naar je broek kijken.) Henk kijkt beteuterd naar zijn broek, waar een grote poepvlek de spijkerstof ontsiert. "Hahahaa Godver. Der he'k mie de skoanen oan ouwvege! (Haha, snotje. Ik heb me er mijn schoenen aan afgeveegd.) De rest van de achterbank van lijn 41 lacht. De negers, enkele banken ervoor, draaien zich om en kijken verwonderd achterom. De achterbank krimpt ineen, en de bus begint zich te vullen met de geur van zure angstpoep. (En die komt uit Kopspijkers.)
De bus stopt weer. De dogs van Snoop stappen uit, en de bus rijdt weer verder.
"Gooooooodverdomme sjees! Seagest dat? Godverdomme sees! Wat een swarten! Nononono!" (Gompies, zag je dat? Potsie. Wat een kleurlingen. Nou, nou, nou!) schreeuwt een van de rasechte NNPers op de achterbank naar voren. Henk graait in de tas van iemand op een bank voor zich, pakt er iets uit, en smijt het naar voren. Het broodbakje zeilt door de lucht, alvorens terecht te komen op het hoofd van het kleine 14 jarige knuffelnegertje. "Heeeeeee Swatte! Baviaan! Kest ik Hollansk prate! Of bist een bitsje in mogoal ofsa! Achtelyke Oaljefant!" (Hee, kleurling, kan je ook Nederlands praten, of heb je misschien het syndroom van Down? Bijdehante Olifant!) Het jongetje steekt zijn hoofd boven de stoel uit en begint de boterhammen uit zijn haar te frunniken. "Haaa man dat kinst dochs ek gewoan sittelitte! Ti's Godverdomme gewoan pindakaas! Verdomme! Dat hawwe se fansels net in dat verdomde kut-Afrika fân dy he?" (Hee, homie. Dat kan je gewoon zitten laten, het is allegrutjes nog aan toe gewoon pindakaas. Maar dat hebben ze zeker niet, daar in dat verAllahde vaginale Afrika.)
Het jongetje krimpt weer ineen en verstopt zich onder de bank. "Waa, ik wie hjoed ek nog op san websiede van san WP figuur. Da's vet stoer jong, mei allegjerre fan die mooie hakenkruusen en fan die waaitpower dingen. Die wol ik ek! Ik gean se mar ris downloadje. En dan ien myn agenda plakken. Dan sjocht ienien hoe ongloaflik stoer ik wol net bin." (Hee, ik was vandaag op de website van zo'n WP-figuur. Vet stoer, joh. Met allemaal plaatjes van hakenkruizen, en van die Whitepower-dingen. Die wil ik ook, en dan ga ik ze downloaden. En op mijn agenda plakken. Dan ziet iedereen hoe stoer ik ben.) zegt Henk. "Do bist godverdomme hielendal net stoer juh, smaarge baarch! Wat tinkst wol net!" (Je bent helemaal niet stoer, vies varken, wat denk je wel niet.) is het antwoord van zijn buurman, we noemen hem voor het gemak even Gurbe, die zich erna omdraait en naar voren schreeuwt: "Heej negertsjuh! Sjug ris, wa bin ik?" (Hee, negertje, kijk eens, wie ben ik?) Het negertje draait zich om, en ziet Gurbe met 2 vingers onder zijn neus, en een arm in de lucht, terwijl hij schreeuwt: "Sieg heil! Sieg heil! Wir sullen godverdomme swarte! Nuver! Ausweis! Meine opa wille sein fahrrad terug!" Het negertje antwoordt doodkalm: "Chaplin?"
De achterbank van lijn 41 barst uit in woede. "Wat sille we no kriege, smoarige AZCer! Baarch! Wat tinksto wol net! Bietsje de beest uithingje no! He? Wotsoestono!" (Wat zullen we nou krijgen, AZCer! Varken! Wat denk je wel niet! Een beetje de beest uithangen hè? Wat zou je nou!) schreeuwen ze in koor, terwijl ze alles wat los en vast zit naar voren smijten. Het negertje krimpt alleen niet meer in elkaar. In plaats daarvan drukt hij op het stopknopje en staat op. Hij loopt naar achteren toe, en zegt tegen de geshockeerde achterbankers, in perfect, accentloos Nederlands: "Godzijdank zijn jullie te dom om daadwerkelijk ook maar enkele invloed te hebben op de manier waarop dit land geregeerd wordt." Daarna stapt hij uit en kijkt met een glimlach achterom naar lijn 41, die verder rijdt met een beduusde achterbank.
KIPs
Op een mooie zomerdag zit je dan te 'chillen' op een betonnen verhoging bij het gras in een miniatuurparkje. Op een gegeven moment komen er 3 jochies (Leeftijd 14-16) aanrijden op hun getweakte bmx fietsjes met een skateboard over het stuur. Ze stoppen, stappen af en komen gedrieÎn op ons af. De aanvoerder, die net als de rest van 'the gang' gekleed is in een driekwartsbroek en een trui met capuchon, stapt op ons af en zegt: "Willen jullie even weggaan?" "Pardonaise moi? dien ik vlot van repliek, wat door mijn tevens hetroseksuele metgezel aan word gevuld met: "Grutte bek!?" Iets wat overigens een Fries zinnetje is. De 'leader of the pac' weet ons hierna uit te leggen dat de brede, stenen 'rail' waar we op zitten hun standaard skate-board plekje is, en dat ze er graag hun kunsten op willen vertonen. Of we even ergens anders willen gaan zitten. Na een kort woordloos overleg ik en mijn, om maar eens een vreselijk woord in de mond te nemen, maat, van mening dat we heus niet de beroerdste zijn om voor hen te verkassen. We besluiten echter mooi te blijven zitten. Want wat is nou fijner dan de lokale skatertjes irriteren?
Het skatertjes opperhoofd maakt een vlot gebaar met zijn hoofd, en binnen 5 seconden zijn we omsingeld voor een hele groep KIP's. (Klein Irritant Punkertje) Allen getooit in dezelfde driekwartsbroek, wit hemdje, en uitgerust met identieke Intertoys schaatsplankjes. Als er dan vanachter een boom ook nog eens een ware Avril (Lees: Meid in blauwe driekwartsbroek met rood-witte gang-afscheidingsketting, strak zwart mouwloos t-shirtje, lang, stijl bruin haar en een gros kauwgom-bal automaatische armbandjes om de polsen.) tevoorschijn komt, besluiten we maar eieren voor ons geld te kiezen, en verkassen wij naar een nabijgelegen zitplaats. Uiteraard wel dermate dichtbij de groep KIP's om hun acties goed te kunnen volgen.
Het opperhoofd plaatst zijn skateboard op de verhoging, zet er een van zijn benen op, en zet af. Terwijl hij in een uiterst duffe houding staat, stevent hij met zijn bewielde stukje triplex vlot op het einde van de verhoging af. Op het moment dat hij bijne bij het einde is aangekomen, denk ik: "Ha, hij doet vast een taleflip, en land daarna met een een overgehaalde flikflap op het betonnen paadje, wat daar zo mooi is aangelegd, naast de betonnen bak." Niets is echter minder waar. Het kleine KIPje doet een schamele poging tot een ollie, (Da's springen!) laat zich voorover vallen en maakt hierna een keurige koprol in het gras, waarna hij ons triomfantelijk aankijkt met een blik van: "Ha! Zagjunnut?!" We zagen het. En hoe.
Plots hoor ik een bak herrie onze kant op komen. Een concurrende groep KIP's is aan komen rijden op een stel veel te kleine BMXjes en parkeert een Ghettoblaster aan onze voeten. Ik zie de groep net-aangekomen KIP's op de reeds-aanwezige exemplaren toelopen. "Word! Dit is ons plekje!" zegt de aanvoerder van eerstgenoemde, terwijl hij een bizar handfrunnikgebaar maakt. "Wuddup man!, wij sk8en hier al tijden!" is het antwoord van het Opperhoofd. De nieuw aangekomenen kijken elkaar aan met de meest diepzinnige Jambersblik die ze zo snel kunnen vinden, en draaien daarna naar het oude groepje schaatsplankrijders toe. "Ik geloof dat jullie weten wat dit betekend?" vraagt Kurt (De leider van het nieuwe groepje, we noemen hem voor het gemak zo omdat de grote dooie op zijn shirt staat.) aan het Opperhoofd. Ik en mijn thuisjongen kijken elkaar vol spanning aan. "Het is een skateoff!" zegt het Opperhoofd plots. De hele meute krimpt ineen. Kurt's sidekick loopt naar voren en gaat als een olympische starter klaarstaan. Kurt en het opperhoofd staan met hun skateboard in de handen klaar als twee Gothics die klaar staan om te racen naar een pas gedolven graf. Kurt roept heel hard "Pang!" en de twee gaan los. Racend op hun skateboards moeten ze een rondje rijden om te bepalen wie de stoerste thuisjongen van het skateparkje is.
Maar dan gebeurt er iets wereldschokkends om het strijdtoneel, ik vind een muntstukje met de astronomische waarde van een cent. Ik pak het uit mijn zak, en voer samen met mijn huisbroeder een zegeningsritueel uit, waarna ik het argeloos op het raceparcours werp. De twee Olympiades hebben niets van het voorval gemerkt en naderen mijn gesaboteerde stukje racebaan zonder vaart te minderen, met Kurt op kop. Kurt is echter niet in staat om het muntstukje te ontwijken, en begint een duiktocht zichting ruwe stoeptegels. Daar aangekomen komt zijn gehele lichaam op onzachte wijze in aanraking met het eerder genoemde matteriaal, en komt er met een pijnlijke kreet tot stilstand, waarna het Opperhoofd ook nog eens boven op hem klettert. Ademloos kijken alle skatertjes toe hoe de twee voorzichtig omhoogklauteren. Maar dan komt de schok, Kurt is gewond geraakt. De wond is rood en geschaafd. Met een beetje fantasie kunt u het bloed al uit het gapende (zo gapend als het publiek die een actiescene ziet van een van de klassiekers van Chuck Norris.) wond zien vloeien.
Met een zeer overtuigende immitatie van Georgina Verbaan in een lachkick kondigt de moeder van Kutr haar aankomst bij het slagveld aan. Als een heuse hospik die een gewonde soldaat moet verzorgen brengt ze geroutineerd een pleister aan op het gekneusde been, en maakt het allemaal beter door er een kusje op te geven. Na het oplappen van het been snelt de moeder weer vlug weg, en Kurt probeert verdere schade aan zijn ego te voorkomen door te zeggen dat hij zijn been voorlopig beter niet kan gebruiken. Behendig springt hij op zijn BMX en met een nonchalant gebaar maakt hij duidelijk dat de rest van de gang hem moet volgen. De slag hebben ze verloren, maar de oorlog gaat nog wel een tijdje door.
Lifelogs!
Lifelogs. Het nieuwe medium. Duizenden depressieve en blij dat ik snijende tieners storten zich op het moment op een van de grootste webrages van onze tijd, het llifeloggen. Op communities als Livejournal storten ze dagelijks hun hele hart uit in een eenentwintigsteeeuws dagboek.
"Lief lifelog. Nadat ik vanochtend rebels de wc niet door had gespoeld na het doen van mijn behoefte en mijn moeder uit te hebben gemaakt voor een derdersang slet, begon weer eens een kutepisode uit mijn zielige tienertijd. Op school keken ze me weer eens met een scheef oog aan, (Ik geloof dat de klierjongens een wurm tussen mijn broodje kaas stopten!) en ik verlangde naar mijn komende tijd met jou, mijn lifelog. Reageer allemaal snel met kusjes en kroeltjes, en zeg dat het allemaal goed gaat komen."
Poezieplaatjes zijn weer helemaal negentienzesstig in het tijdperk waar het gaat om semidepressieve plaatjes van automutilerende tieners. Elke snee in pols of buik lijkt tegenwoordig een trofee te zijn, een statussymbool. In dergelijke kringen geeft je aantal sneden je waardigheid binnen de groep van social rejects aan.
Overigens is de NS van plan hekken langs de spoorwegen de plaatsen om te voorkomen dat grote groepen Livejournallers zich voor de trein werpen, als er weer eens een massale zelfmoord georganiseerd word. Ik weet niet of we hier nou wel zo blij mee moeten zijn. Immers, als die kinderen hier hun leven niet meer voor een trein kunnen beëindigen, waarom moeten ze dan heen? Een Belgische trein? Het Vlaams belang heeft het al druk genoeg met kut-Marrokanen, waarom zouden zij zich ook nog eens over onze lifeloggers moeten bekommeren? "Eigen depressievellingen eerst"? Neen. Schuttersputjes met een paar triggerhappy jagers erin naast de spoorlijn moeten we hebben. Think about it. De jagers hebben mooie doelwitten om op te oefenen, de machinisten hebben geen vertraging meer, de dierenbescherming hoeft zich niet druk meer te maken over al die zielige dooie beschermde dieren en ik heb minder lifeloggers om me op ongenuanceerde wijze druk over te maken. Het is een win-win-win-win-win situatie. Als we dit dan ook nog eens doen bij de onrendabele lijnen van de NS, er een hek omheen zetten en honderd euro entree vragen voor de lifelogger met een somber wereldbeeld, dan zijn we ook nog eens in staat om die laatste kleine spoorlijnen voor opheffing te behoeden.
"Lief lifelog. Vandaag betrapte mij moeder me toen ik mijn armen weer eens aan het versieren was met het scheermes van Papa. Of ik er niet zo'n zootje van wou maken. Wat denk die snol wel niet, dat ze iets over me te zeggen heeft, simpelweg omdat ik uit dat gat van haar ben gekropen? Het is toch mijn eigen lichaam? Ze begon ook al weer te zeiken toen ze er achterkwam dat ik die piercing had laten zetten. Waar bemoeit die teef zich toch mee, ik ben verdomme veertien. En oh, mijn borsten zijn te klein."
Maar terug naar de lifeloggers zelf. Zie een lifelog als een moderne praatgroep. Tieners praten natuurlijk het liefst met hun leeftijdsgenoten over hun sores en hun ondergeschikte plaats in de samenleving, de pesterijen op school, de nieuwste plaat van Marylin Manson, of beter nog, een 'emo' bandje... Emo is een van de meest recente subculturen die in ons land zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Emo is misschien wel de meest alles omvattende en zieligste term die een subcultuur in de laatste paar decenia heeft gehad, het is namelijk zielige jankmuziek. What's in a name, pluim voor de platenbazen die deze term de wereld in hebben geholpen. (Wij herkennen de mannelijke Emo-ers overigens aan de goedkope truckerspet die rechtsstreeks uit de jaren tachtig lijkt te zijn gekomen.
Waar gaan ouders fout tegenwoordig? Aangezien het tegenwoordig heel erg in is om over vroeger te praten, doe ik ook maar een duit in het zakje door een proefballonnetje op te laten. Ouders zouden verplicht moeten worden om hun kinderen een keer in de zoveel tijd te slaan. Geen NBA-Basketballwedstrijd-slaan natuurlijk, maar een corrigerende tik moet toch kunnen. Tegenwoordig is immers elk kind speciaal. elk kind heeft zijn eigen gave, we hebben de nieuwetijdskinderen die overgevoelige watjes die zich niet aan moeten stellen zijn, ADHDertjes die gewoon een ram zouden moeten krijgen als ze niet stilzitten en de downsyndromertjes. En hoe meer er met die kindertjes gepraat word, hoe beter. Natuurlijk niet gewoon een goed gesprek met de ouders, neeeee joh, dat is ouderwets. Heel passé. Heel veertientweennegentig. Tegenwoordig hoort een kind er echt niet meer bij als het voor zijn veertiende niet bij vier verschillende psychologen loopt, en aandoeningen worden verzameld met een fanatiekheid waar Mohammed B. nog iets van kan leren.
Heck, vanaf nu ga ik voor hippie-ouderend Nederland een speciale dienst opzetten. Elk kind wat ik tegenkom en wat me ook maar het kleinste beetje irriteert, krijgt een aantal fikse strafschoppen van me. Als die douchebag-ouders te schijterig zijn, dan haal ik de kastanjes wel uit het vuur. Met een beetje mazzel kan ik hier verdomme ook nog eens een flinke subsidie uithalen. Nietzman's heropvoedingsdiensten staan voor u klaar!
Newsflash: Je kinderen zijn niet speciaal. Natuurlijk denkt elke ouder dat zijn kinderen bijzonder zijn maar geloof me, ze zijn het niet. Bill Hicks wist het eens verbluffend goed te verwoorden... De man loost bij elke ejaculatie een aantal miljoen zaadcellen, waarvan er uiteindelijk eentje verbinding zou maken met een eicel. Wow. what are the fucking odds of that. Dat zou dus inhouden dat ik een meervoud van de wereldbevolking al eens van mijn onderbuik geveegd heb met een grijze sok. Now that's a fucking miracle!
Treatrale Rebellie
Een mooie paarse shawl... Dikke muts.... Dikke jas, dikke handschoenen... Ja, je moet toch wat als je s'ochtends vroeg om 7 uur in de vrieskou op het treinstation staat te wachten op een trein die 25 minuten vertraagd is? Met mijn hoofd naar beneden, kijkend naar het speelse tegelmotief op de vloer, wacht ik op de trein.
Opeens schiet ik wakker uit mijn trance. ik lift mijn hoofd langzaam omhoog en zie een stel benen op me aflopen. Ik zie een stel oude legerkisten, daarover een paar maillots, een hondeketting en een driekwartsbroek. Vrezend dat mijn ergste nachtmerrie waarheid is geworden, wend ik mijn blik snel af en probeer zoveel mogelijk 'happy thoughts' in mijn brein te persen. "Hee trudy! ben je er nou al!" hoor ik uit uit de richting van het subject van mijn ontwijkingskrachten komen. "Ja Loes!, brrrrr... ti's wel koud he? en dat al helemaal in mijn kleding!." Gegiechel is het antwoord van Trudy: "Tja, waarom trek je dan niet iets warmers aan? Het vriest dat het kraakt meid!" "Ach! Ik moet mijn voorliefde toch blijven tonen? En dan nog, deze das is ook wel lekker warm hoor!" is het antwoord van Loes.
Nieuwsgierigheid begint bij mij de overhand te krijgen en ik probeer voorzichtig in de richting van de twee kibbelende meiden te kijken. Als een ware Steve Irwing sluip ik achter ze en durf mijn hoofd omhoog te liften. Stoffen jas en een kerstmuts. Valt nog mee. Plots haalt 'Trudy' het in haar hoofd om zich om te draaien. Overhemd, lange stropdas.... "AAARGH!" Wil ik uitschreeuwen, maar ik weet mijn stembanden nog net op tijd tot stilte te manen, terwijl ik hevig stuiterend naar mijn veilige plekje terugren. Mijn nachtmerrie is geen nachtmerrie meer. Het is werkelijkheid geworden. Ik heb een encounter met een Avril-wannabee gehad.
Avril? Tja. Wie is Avril Lavigne eigenlijk? Even een korte onderbreking voor de mensen die lijden aan een hedendaags-muzikale agnosie. Avril Lavigne staat op het moment redelijk hoog in de hitlijsten met nummers als 'Sk8er boy' en 'Complicated.' Avril heeft een zichzelf door de platenbazen een punk-imago aan laten meten, en probeert zich als zodanig voor te doen. Nou wil ik niet zeggen dat ik een punk-deskundige ben, maar hetgeen Avril maakt, is GEEN punk, het is zoetsappige inhoudsloze pop-muziek, maar maak dat maar eens duidelijk aan een beinvloedbaar pubertje wat weinig kijk op de maatschappij heeft en dat word uitgemolken door platenbazen die veel, erg veel geld verdienen aan cdtjes vol met inhoudsloze pestmuziek.
Terwijl Obi-wan me in mijn geest lastigvalt met heldere visioenen over Avrilfans die aan hun stropdas opgehangen aan één van de stalen balken van de stationsoverkoepeling bungelen, en mezelf in een King-Kongpakje, springend op een op het spoor liggende '2g0Od2B3TrUe' punkslut terwijl de trein in volle vaart aan komt hobbelen, bedenk ik dat dit wel een verdomd goede kans is voor de maatschappij om iets over deze sujetten te leren.
"Hee, heb je dat kerstnummer van Georgina Verbaan gehoord?" Hoor ik Trudy tegen Loes zeggen. "Ja, ti's wel een grappig nummer... maar ik heb een beetje het idee dat ze commercieel aan het gaan is. Het is niet meer de Verbaan van 'Dennis', dat was nou echt een vet hard nummer." Ik probeer te verkomen dat ik mezelf voor een aanstormende goederentrein smijt. "Tja, een beetje commercieel was het wel, dat kerstnummer. Maar ze heeft wel dat vette nummer met D-irect! Daar zit ze immers bij in de videoclip!" De woorden: "RAAAAARGH! WAAAH! YUK! IHL! WAAAAH! STERF! STFU!" weet ik weer tijdig in te slikken. Ik en mijn timing ook. Ik kom tot de conclusie dat de meiden een nieuw woordje 'commercieel' gehoord hebben, maar het gebruik hiervan niet helemaal onder de knie hebben.
Kom nou, Direct? Ik kan me nog herinneren dat in de eerste clip van dit reageerbuisbandje het huidige gitaristje de zanger was. mag ik één keer raden waarom het persoontje met het voor meiden iets apetijtelijkere snoetje tegenwoordig het zang en PR-werk doet?
Uit de zin: "Owja! Heb je gister Avril gezien? Ze was live bij Top of the pops! Ze zond echt goed live!" maak ik op dat Trudy inderdaad een Avril-aanbidder is. Ergens in mij zegt een stemmetje dat ik haar uit haar droom moet helpen. Dat die nare 'Britney-in punkkleding,' 'riooldel,' 'Nep-punkslut,' 'amoebe met stropdas' of 'nog-een-A4'tje-met-synoniemen' eigenlijk helemaal niet zo geweldig is. Dat ze er een sport van maakt om zoveel mogelijk noten vals te zingen. (Of zo weinig mogelijk zuiver, da's één pot nat.) Dat ze helemaal niet zo 'true' is. Dat ze niet kan zingen. Dat ze niet kan schrijven. Dat ze er een sport van maakt om elke keer zo hard mogelijk af te gaan tegenover mensen met een klein beetje verstand.
Een schel gegil haalt me uit mijn trance en ik zie een oud vrouwtje dat een bloedspoor achterlaat langslopen. Ze is in aanraking gekomen met de schroeven die de zeer verstandige Trudy door de schouderbanden van haar stoere East-pack rugzak heeft gedraaid, en heeft een paar fikse wonden aan deze aanvaring overgehouden waarvanuit dikke stralen kleverig bloed over de vers geplaveide tegels stromen. "Hee! Oude graftak! Waar was dat nou weer voor nodig?" Aldus Trudy. Een opmerking over háár opmerking 'graftak' laat ik even links van me liggen, en ik luister verder: "Kijk nou Loes, allemaal bloed over mijn mooie tas... De vette tekens zijn bijna niet meer te lezen!" Loes is redelijk vlot met haar antwoord: "Als we straks op school zijn pak ik de Typ-ex wel weer, dan gaan we wel over dat bloed heen." Ik gun de tas een blik en zie enkele teksten als: "6sic6," "Avril is DA bomb," "Satan rulz!," "People = Shit" en natuurlijk een groot aantal aan pentagrammen. "Ja, vooral dat pentagram heeft grote emotionele waarde. Ti's bijna precies hetzelfde als die uit de videoclip van 'Sk8erboi.' Owjah. 'Sk8erboy.' Avril heeft met dat nummer behoorlijk haar eigenlijk claim dat ze geen 'wussy love songs' zou schrijven behoorlijk om zeep geholpen, niet?
Avril Lavigne maakt soieso deel uit van een groot internationaal complot, zo las ik laatst ergens. Avril spoort wereldwijd kinderen op om in opstand te komen tegen hun ouders en het systeem, en de grote überAvril die achter dit alles zit, wacht op het juiste moment om haar opdrachten voor de vorming van de 'nieuwe wereldorde' door te spelen naar de gehersenspoelde jeugd. We zullen als huidige orde geen schijn van kans hebben. Zelfs mijn leven loopt gevaar. Huurmoordenaars worden afgestuurd op iedereen die verkondigd dat Avril kwaadaardig is, om er maar voor de zorgen dat de 'nieuwe orde' zonder problemen zal worden geinstalleerd. Dus, beste lezertjes, ik doe dit met gevaar voor eigen leven.... Iets met landsbelang.
"Jaaa! Da's een vet koel nummer. Ik wil ook zo'n sk8erboy! Hij is echt superkoel met zijn way te alternatieve piercing." Ik hoor de trein aankomen. Ik probeer bij de 2 meiden in de buurt te blijven terwijl de trein aan komt rijden. Ik weet mijn innerlijke drang om ze allebei voor de door de NS gecharterde veewagonnen te smijten te beheersen en stap met ze in de trein. Om geen woord te missen ga ik achter ze zitten. We zijn nog geen 5 seconden onderweg of de discussie tussen de 2 meiden barst weer los, als Trudy uit weet te brengen: "Heb je de nieuwe Avril en Direct posters al die in de Break-out stonden?, en heb je dat nieuwe nummer al gehoord van Sita? Is echt een vet hard nummer, heeft ze met zo'n Franse hunk opgenomen!" Het enige wat ik als antwoord hoor is een zacht gesnik. "Hee Loes, waarom huil je? Doe je wel even voorzichtig, je Corpsepaint loopt zo uit." hoor ik Trudy aan Loes vragen. "Nou," is het antwoord: "Je begon over Sita. En toen moest ik weet aan K-otic denken." "Ach sorry meid, echt kut he? Dat ze uit elkaar zijn?" Een zacht gesnik is het antwoord. Op dat moment heb ik het gehad. Ik smijt alle remmen los en barst in een hysterisch gelach uit. De gehele coupe kijkt me aan en ik begrijp dat ik de meest afschuwelijke fout heb gemaakt die ik had kunnen maken. Leermeester Steve Irwing zou me verstoten uit zijn Alligatorparradijs. Ik heb de aandacht van de twee ware alternatievelingen getrokken.
Trudy legt haar Hitkrant aan de kant en begint me vreemd aan te staren. Loes draait zich om en ik kijk recht in haar verlopen gezicht. Ik voel een enorme schaterlach aankomen maar ik weet me wederom te vermannen. Ik slik het in, draai me om, en staar het raampje uit. "Hee, wat is er zo grappig?" vraagt Loes. Ik houd me stil, slik een keer en draai me snel om. Mijn negeerbeleid faalt echter jammerlijk. Trudy en Loes staan op en gaan voor me staan. Snel wend ik mijn blik weer af en kijk ik naar mijn schoenen. "Hee, zou je wat voor me willen doen?" vraagt Loes, ik geloof aan mij. Ze pakt een stuk papier en schrijft er snel wat op. "Hoor je me?" vraagt ze. Niets. "Volgens mij issie doof" zegt Trudy tegen Loes. "Ja, zal wel. Vreemd hoor." is het antwoord. Ze vouwt het papiertje op en druk het in mijn handen. Ik beweeg niet. Op het zelfde moment schalt het door de intercom, ik ben bij mijn station aangekomen. Ik sta op, pak mijn tas en loop naar de dichtsbijzijnde uitgang. Op het moment dat de trein tot stilstand komt en de treindeuren opengaan, kijk ik om. Trudy en Loes kijken me met een vreemde glimlach aan.
Ik stap uit, en loop zonder om te kijken bij de trein weg. Opeens voel ik weer het briefje in mijn hand. Ik vouw het uit en kijk erna. Ik zie het adres van een TMFid en een Cu2 account, met daarbij de tekst: "Laat je een berichtje achter? XXX." Ik laat een zucht, hou mijn hand omhoog en sprijd mijn vingers. Meteen krijgt de wind vat op het briefje en rukt het uit mijn handen. Ik kijk achter me en zie het wegwaaien. Ik glimlach terwijl de thermiek van de wind het briefje op een vrolijke, gezwinde melodie verder van me verwijderd.
De SmirnoffGoth
Tegenwoordig heb je als normale burger nergens rust meer. Zo zit je eens, minding your own bussiness, rustig in de bus... Komt halverwege, getogen in zwarte, het liefst leren kleding en met voldoende make-up voor een gemiddeld derde wereldland op het gelaat gesmeerd, de bepiercede, ruige, harde gothic babe de bus binnenlopen. Ze waggelt door het gangpad met een trots geheven gelaat, terwijl de lege Smirnoff flesjes in haar rugzak, haar arm, enkel en -halsbanden in samenwerking met de kilo's wegende kettingen aan haar broek een fleurig melodietje tinkelen op de melodie van de nieuwste hit van Within Temptation. Haar vermoeide ogen stralen de entertainmentwaarde van de avond daarvoor, doorgebracht in het gezelschap van het kerkkoortje, fier voor zich uit...
Vanwaar de kilo's aan oud ijzer om de hals? Het schijnt dat de Smirnoff-gothics in verband met hun voortdurende depressies vroeger zakken cement en een teiltje met zich mee zeulden, waarvan ze in geval van depressie een 'doe het zelfmoord' setje zouden kunnen klussen. Kilo's aan piercings, ringen en ander oud ijzer hebben hier een einde aan gemaakt. De 24 uurs economie en andere geweldige dingen die de vooruitgang in deze eeuw typeren hebben een einde gemaakt van het uitstellende zweefteef 'look at me! I'm depressed!' gedrag van de hedendaagse zelfmoordgeneratie....
Maar goed.... In haar met ruige 'People = shit' patches beplakte en half gescheurde C&A broek loopt ze verder door het gangpad van de praktisch lege bus.... Halverwege heft ze haar hoofd omhoog en werp ze een noeste blik de bus in. Plots begint haar strottehoofdje geluid voort te brengen... vreemde, onaardse stoten van banale geluiden verlaten haar met zwarte lippenstift getooide mond en vliegen de inmiddels voortrijdende bus door. Even schrik ik, en neem ik mijn cyanidepil bij de hand. De dood zal het vandaag toch niet op mij gemunt hebben? Neen. Voordat ik de dood werk uit de handen wil nemen en ik de hand aan mezelf wil slaan, word het me duidelijk dat 'Madame Manson' het tegen een soortgenoot, dat een stoel voor me zit, heeft.
Behendig wurmt het onderwerp van dit verhaaltje zich met haar ietwat gezette derrière in de krappe bus-bank. Meteen barst de discussie tussen de beide sujetten los. Over hun nieuwste lovers, de snelste scooters en natuurlijk de nieuwste editie van ons aller bekende Hitkrant. Terwijl beide 'dames' vrolijk doorkakelen over deze bijster boeiende onderwerpen, pakt een van de twee haar agenda bij de hand. Vanuit mijn ooghoeken probeer ik een blik op de geskinnede TMF agenda te werpen. Met veel stoere plaatjes van KoRn en Within temptation, die ze notabene helemaal zelf hebben down geload van het internet, en uit hebben geprint op hun eigen printer, maakt de agenda een zeer olijke indruk. De opmerking 'Dames, wat als jullie de volgende keer niet de thúmbnails uitprinten, maar er op klikken, en de vergrootte versie die dan op zeer magische wijze verschijnt uitprint, is Billy Crawford misschien iets beter te herkennen. Niet dat ik er veel op tegen heb om deze latente homo aan de 5 pixels die zijn handtasje opbouwen te moeten herkennen, maar......' slik ik nog net op tijd in. Ik kan me niet veroorloven om op dit moment ontdekt te worden. als voorzorgsmaatregel plak ik een groot stuk tape over mijn mond. Ik wil er niet aan denken wat voor verschrikkingen deze draken in petto hebben voor iemand die het lef heeft zijn tanden te laten zien. Discovery heeft me namelijk geleerd dat bepaalde primaten hier nogal agressief op kunnen reageren.
Ik negeer de plaatjes van System of a Down en Rage against the machine die gezellig naast een hakenkruis, een 'white power' 'logo' en een portret van Pim zijn opgeplakt in één grote kleurvolle collage, (Kennelijk kunnen alle verschillende politieke stromingen allemaal in vrede naast elkaar leven in de ideologische geest van onze jeugd. Dit is nou de toekomst!)
Helaas is mijn aanvaring met deze SmirnoffGoths van korte duur. Na een paar minuten ben ik helaas al bij mijn halte aangekomen. Na het op het stop knopje te hebben gedrukt maak ik me klaar voor de sprint. Tussen mij en de deur is inmiddels een behoorlijke geestelijke barrière opgesmeten door de twee meiden. Zodra ik merk dat de bus begint te remmen spring ik naar voren. Geholpen door de middelpuntvliegende kracht weet ik door de barrière heen 'te beuken.' Ik grijp me nog net op tijd vast aan een van de ijzeren staven bij de deur, en er komt een einde aan mijn nachtmerrie als ik het sissen van de opengaande deur hoor. Ik hoor het duivelse gekrijs nog achter me: 'Hoi! hoi!.' Ik verman me. Als een ware 'vent' besluit ik de vijand bij het verlaten van de bus nog een vlugge blik te gunnen. Ik draai me om. Ik kijk recht in de twee duivelse gezichten waarop satanische grijnzen af te lezen staan. Uit de keeltjes rochelt een tekst als: 'Hallo! Zeg je niets terug?' Terwijl hun rotte tanden een duivelse grijns tevoorschijn toveren, en hun handjes een zwaaibeweging maken waar onze Trix nog het een en het ander van kan leren. Ik voel een rilling door mijn ruggengraat gaan, en een gevoel van onwelheid werkt zijn weg omhoog vanuit mijn darmen. Is dit dan het einde? NEE! ik zal me niet laten grijpen! Met mijn laatste kracht spring ik de bus uit en zet ik het op een lopen. Thuisgekomen sla ik de deur achter me dicht, draai hem op slot, ren ik mijn moeder die klaar zit met het bakje thee en de meelkoekjes voorbij, en sprint ik naar boven, naar mijn kamer... Ik kruip onder de dekens en rol me op. Wanneer is deze tirannie ten einde?
Maar goed.... (Jaja, bij dezen een 'final thought' waar Jerry Springer z'n hand niet voor om zou draaien.) Deze meiskes zijn dus duidelijk aanhanger van de wegwerpcultuur.... Luisterend naar de meest hippe en strakke Cd’s van spraakmakende bands en artiesten als Direct, Krezip, Within Temptation, Brainpower, Eminem, spraakmakende acts van ene 'Nelly' en natuurlijk 'The Ketchup song', hebben ze de grootste moeite om de nieuwste trends bij te houden.... Deze meiskes hebben ongetwijfeld in hun eentje al een complete plastic-boom op.... Ik moet walgen van het idee dat ze anderhalf jaar geleden voor honderden guldens aan Britney CD's hebben uitgeschaft, die nu ergens in een hoek van hun satanisch ingerichte kamertjes in een plas geitenbloed liggen te verschimmelen.... But anyhow... Iemand die ik in ieder geval niet over hun consumptiegedrag hoor klagen is ene Heinsbroek....
Ach.... Iedereen wil alternatief en anders zijn, waarmee men het hele alternatief zijn teniet doet... Ik geloof dat ik maar hetzelfde ga doen als de rest. Da's namelijk de enige manier om nog echt alternatief te zijn. Ofwel: meelopers zijn alternatief. Of... Maar.... Hé?
Peuterterreur.
Als grote verantwoordelijk Oom heb je soms wel eens momenten waarop je aan die verantwoordelijkheid voldoen moet. Op de momenten waarop de ouders van het oomnoemende grut weer eens op stap wil, bijvoorbeeld. Of als de ouders aanwezig moeten zijn op een hoorzitting vanwege brandschade aan de peuterspeelzaal waar hun kroost uiteraard niets mee te maken heeft. Hoe het ook zij, soms moet je je verantwoordelijkheid nemen, en oppassen.
"Goh, wat zijn ze rustig..." Denk ik nog, als ik achter me hoor: "Emmeemmewasse?" Denkend: "Emmeemmewasse? Ja, tzalwel, maar ik versta er geen hol van..." draai ik me om, en kijk recht in de gehavende tronie van een echte Apache-indiaan. De jongste staat voor me met een rode neus, blauwe wangen en een bruin voorhoofd. Met zijn bruin/blauw/rode handen maakt hij tegelijkertijd meerdere handafdrukken op het bureau om zijn terriorium af te bakenen. "Emmeemmewasse?" vraagt hij weer. Ah. "Wassen." Zeg dat dan. De kleine Winnetoe commanderend dat hij moet blijven staan wachten, en vooral nergens aan moet komen, spurt ik naar beneden om een natte doek te halen. Hiermee lukt het me de kleine wurm weer enigzins toonbaar te maken. Net als ik denk te beginnen met het verwijderen van de kunstige handafdrukken, schiet het me te binnen dat de kleine ook nog een zus heeft. Shit. Deze tref ik aan op haar kamertje, achter het bureau. Met haar handen maakt ze mooie banen op het voorheen zo smetteloze bureaublad. Ik verzoek haar vriendelijk toch dringend samen met haar broertje te vertrekken naar de onderste etage, om daar onder de kraan in de keuken haar handjes te gaan wassen. Dit doet ze, terwijl ze niet verzuimd om handafdrukken op trapleuningen en deurkrukken achter te laten. Omdertussen pak ik een nieuwe natte doek, en begin het bureau zo goed als het kan te vegen.
Op het moment dat ik de keukendeur opendoe en een voet naar binnenzet, voel ik mijn voet koud en nat worden. …Èen blik in de keuken bevestigd mijn vermoeden dat de twee milliantante guerilla-kleuters een nieuw 'weapon of mass-irritantion' uitgedacht hebben. Luid lachend staat de oudste met een triomfantelijke blik op haar gezicht in het midden van de keuken. Een tot voor kort volle fles shampoo houd ze hoog boven haar hoofd, en haar broertje staat springend bij haar omhoog te krijsen: "Eefhie-eefhie!" Terwijl op de achtergrond het zachte stromen van water over de rand van de gootsteen me een rustgevende anti-rush geeft, stap ik de keuken binnen en gris ik de fles shampoo uit de hand van de meid. Op hetzelfde moment verliest de jongste zijn evenwicht, en valt achterover in de plas met water. Terwijl ik de kraan dichtdraai instrueer ik de oudste om boven om schone, droge broek en sokken aan te trekken. Op hetzelfde moment maakt de jongste, die nog steeds achterover in de plas water en shampoo ligt, me al bellenblazend duidelijk dat zeep niet de meest appetijtelijke smaak heeft. Deze vis ik uit het koude water, en deponeer ik boven onder de douche. Terwijl ik de keuken begin schoon te dweilen, komt de oudste weer binnen. Deze beveel ik om de Bob de Bouwer DVD aan te zetten en met gesloten mond voor het electronenkanon te gaan zitten. "Maar ik wil dierendokter Tom zien!" Zegt ze. "*Hng* Nou, vooruit dan maar weer. Dierendokter Tom." Ze weet zelf de DVD aan te zetten, en binnen een minuut zit ze voor de spannende avonturen van haar trouwe dierendokter en zijn hond Tobias te kijken.
Ik loop naar boven en haal de jongste onder de douche weg, doe hem een jas aan en druk hem subtiel buiten in de zandbak onder het motto van: "Ga zoeken!" Hierna stampvoet ik weer naar binnen toe, waar ik de meid betrap op het doelmatig vernietigen van vensterbakversiering. Ze heeft met chirurgische prisicie de hoofden van een aantal kleiÎn heksen verwijderd, en heeft hun kleding op een grote hoop gemieterd. Voor de zoveelste keer spreek ik haar bestraffend toe en probeer ik de poppen weer aan te kleden en de hoofden op hun plaats te bevestigen. "Godverdomme! Godverdomme!" hoor ik de jongste schreeuwen. Zijn nieuwe modewoordje snijd me hard door mijn ziel. Ik loop naar buiten en zie hem in de zandbak staan, al spugend op de grond. "Godverdomme! Godverdomme!" Op de rand van de zandbak zie ik enkele aangevreten zandgebakjes liggen en ik begin door te krijgen wat zich heeft afgespeeld. "Hee, doe's niet, dat vloeken!" zeg ik tegen de kleine spruit, die mijn reactie op zijn gevloek zeer amusant vind, getuige de triomfantelijke blik op zijn gezicht. Ik besluit het guitige ventje direct op zijn plaats te zetten, pak hem beet en loop met hem naar boven. Hier parkeer ik hem met David in bed. "En slapen jij! Ik wil geen last meer van je hebben!" spreek ik hem bestraffend toe, waarna ik hem geshockeerd achterlaat op zijn kamertje.
Ik loop naar beneden waar ik: "Zou jij mijn billetjes af willen vegen?" te horen krijg uit het mondje van het drie jaar oude meiske, dat wijdbeens uit de wc komt lopen. "Want kijk, dat doet Mama anders, of Papa. Maar die zijn er niet, daarom moet jij oppassen." "Ja, die Papa en Mama zetten je vaak op de wc zeker, met de Dikke Vandalen." antwoord ik, terwijl het meiske voorover gebukt gaat staan, verwachtend dat ik haar kont afveeg. "Het moet met wc-papier. Dat hangt in de wc." weet ze me nog mee te delen. Nadat ik mijn 'taak' heb vervult, en de meid haar broek op begint te hijsen, word ik opgeschrikt door iets dat met een donderend geraas van de trap af komt gedonderd. "Oh shit, dat kind mieterd naar beneden!" denk ik, en ik ren naar de trap. Daar zie ik echter David, de ÈÈn meter hoge plastieken tuinkabouter, aangeschaft bij de Intratuin of een der concurrenten, op de grond liggen. (Vraag het ventje: "Wat wil je worden?" en je zult als antwoord 'kabouter' krijgen.) "Boem! Boem!" hoor ik het kleine manneke schreeuwen, terwijl hij gierend van het lachen staat te springen. Ik zet mijn meest boze gezicht op, stampvoet naar boven, druk het ventje weer zijn kamer in, trek de deurkruk uit te deur en druk deze dicht. (De deur, niet de kruk.) Ik negeer zijn gemep op de deur en ga weer naar beneden, waar ik de meid aantref met een aantal kabels in haar hand. Kabels die zojuist nog bevestigd waren aan de computer, waarop ik zoÎven nog een zeer indrukwekkende werksimulatie had uitgevoerd. "Goh, je hebt vast niet de moeite genomen om mijn werk even op te slaan, zeker?" vraag ik haar. "De computer is stuk. Winnie de Pooh was niet goed opgestart dus ik ging de computer maar even maken." Ik bedankt haar voor haar ICTechnische gesleutel door haar met een step buiten te plaatsen. Hop, steppen jij.
De step is de hoek nog niet om, of ik zie een groepje hangbuurvrouwen zorgelijk naar het raam boven me kijken. Het idee om ze vriendelijk te vragen of ze zich met hun eigen breinaalden willen bemoeien laat ik links liggen, en ik kijk zelf ook naar boven. Daar zie ik een heuse kabouter, druk hei-ho'end uit het raam hangen. Ik storm weer eens naar boven en pluk de kleine spruit uit de vensterbank. "Meekomen jij!" tetter ik in zijn oren, en ik sleur hem mee naar beneden, waar ik hem samen met zijn zus weer voor de spannende avonturen van Totally Spies plaats. Ik besluit ook nog een beetje te gaan blauwhelmen door mijn goede wil te laten zien. Ik schenk voor de kinders twee lekkere glazen vol met limonade. Met extra siroop, om bij die twee kleine duiveltjes in een goed daglicht te komen. Ik geef het ze, samen met een zak Nibbit en de twee lijken tevree. Ze kijken vrolijk naar de TV terwijl de chips met kilo's tegelijk door de lucht vliegt. Ik voel me voor een moment een goede oppas, en ik dut op de bank in. Vijf minuten later word ik wakker door een vreemd gevoel in mijn nek. Het is een flinke dosis limonadesiroop die over mijn rug begint te lopen, terwijl mijn haar bevolk word door een kleffe dosis afgekauwde Nibbit. Ik vloek daadkrachtig richting de kinders en sta op het punt enkele corrigerende tikken uit te delen. Ik houd me echter op het laatste moment in en storm de gang op, waar ik me maar uitkleed om van die kleffe rommel af te zijn. Net als ik op het punt sta om ergens nieuwe kleren te scoren, vliegt de deur open en schreeuwen die twee: "Piemel! Piemel!" Ik verlies bijna mijn zelfcontrole en sta op het punt om op de twee af te vliegen, als de voordeur openvliegt. De ouders zijn thuis. Oeps.
De treinterroristjes.
"Raaf, komtieal?" vroeg Dikkie. Raaf en Dikkie stonden op het perron van een dorpje in Noord-Holland op de trein te wachten. Raaf, die zijn bijnaam dankte aan zijn vrolijke kraaloogjes en zijn op-vlie-gers als zijn vrienden hem weer eens plaagden met zijn vader. Die was namelijk piraat in de OostzeeÎn, had zijn alcoholische moeder hem verteld. Dikkie be-weer-de echter vaak dat Raaf's vader opgehangen zou worden in Singapore wegens drugssmokkel, een opmerking die Raaf niet kon waarderen. "Die vlegel jokt maar wat hoor, rep je nou maar naar de slijter voor een fles Wodka." antwoorde zijn moeder altijd als Raaf haar om uitleg vroeg. "Volgens mij komt 'ie er zo aan, Dik-ster." Dikkie, een gezonde Hollandsche jongen van 16 jaar, was een vrolijke, ietwat gezette guit die altijd wel voor een grapje in was. Helaas pakten zijn grapjes niet altijd goed uit, en was Dikkie weer eens het spreekwoordelijke bokje. Gelukkig geloofden zijn ouders nog in zijn jeugdige onschuld en wisten ze dat hun kleine spruit met een hart van goud soms wel eens verkeerd begrepen werd. "Het is een bijzonder kind Mien, en dat is het!" zei zijn vader altijd, als veld-wach-ter Bromsnor Dikkie weer eens thuis had afgezet.
Hee, Vuurtoren, haast je! Hij komt er al aan!" schreeuwde Raaf, in de richting van een jongen met, hoe kan het ook anders, rood haar. (Waaraan hij uiteraard zijn bijnaam dankte.) Vuurtoren voegde zich buiten adem bij Dikkie en Raaf aan. "Pff, nÈt op tijd, merk ik wel." En ja, Vuurtoren had deze woorden nog maar net uitgesproken, of de trein waar ze op stonden te wachten, kwam voorrijden. Terwijl Vuurtoren nog na stond te hijgen, stapte het drietal in, en zodra ze zich ge-nes-teld hadden in de rokers-coupÈ, begon de trein alweer te rijden. "Zeg Vuurtoren" zei Dikkie. "Je moet morgen even op mijn Cu2 kijken, ik heb er nieuwe foto's opgezet, van die meid van vorige week. Weetjenog, die uit Boven-kar-spel." "Ach ja." was het antwoord van Vuurtoren, die meteen weer in lachen uitbarste. "Wat hadden we die meid dronken gevoerd!" "Tja, het heeft ons ook een fortuin aan Breezers gekost." zei Raaf, schuddebuikend van het lachen.
"Maar zeg eens even jongens, valt je niet iets aan me op?" vroeg Raaf aan zijn maten, die een antwoord schuldig bleven. "Jee, wat zijn jullie ook een stelletje bar-ba-ren! Kijk nou eens goed!" vroeg Raaf nog eens keer. "Jongens... Zien jullie het nou echt niet? Ik heb een nieuwe G-sus sweater aan!" Prompt waren de jongens weer bij de les. "Jee!" zei Vuurtoren "De nieuwe! Die moet een fortuin gekost hebben, heb je soms in de drankpot van je moeder zitten graaien? Of ben je je vader achterna gegaan? Drugssmokkel schijnt nogal lucratief te zijn!" grapte hij verder. De scheldkannonade van Raaf liet niet lang op zich wachten. Als een ware an-ti-christ wierp hij vele verwensingen door de coupÈ, iets wat niet door de reisgenoten van ons drietal onopgemerkt bleeft. "Hee, kan het misschien iets rustiger?" sprak een iets oudere man, 2 stoelen achter onze vrienden. Ietwat tot bedaren gebracht door deze woorden besloot Vuurtoren weer te gaan zitten, waarna het drietal zich gedurende enkele minuten stil hield. "Gossiemijne, het lijkt wel of de hele trein vol zit met van die duffe mensen." zei Dikkie "Ik wed dat ze gewoon een slechte dag hebben gehad. We zouden ze gewoon even op moeten vrolijken, ik weet zeker dat ze het puik zouden vinden." De rest van het drietal was het hier roe-rend mee eens, en samen liepen ze naar de achterkant van de trein, waar ze zich, dankzij de sleutels die Vuurtoren had 'verkregen' op een eerdere treinreis, de toegang verschaften tot de bestuurderscabine.
"Dames en heren, welkom in the Love-Train!" schalde het door de intercom van de voortdenderende trein, "Wij van de feestcommissie hebben vanavond een zeer enerverend programma voor u klaar-staan!" Raaf gniffelde, terwijl hij zijn telefoon een polyfonisch ringtoontje bij de microfoon af liet spelen. "Hihihi, als dit niet een glimlach op hun gezicht tovert!" zei hij tegen Dikkie en Vuurtoren. Maar oh,oh,oh,oh... Wat was dat nou? De in-ter-com kraakte en door de ruimte schalde: "Jongens, kom onmiddelijk uit die cabine, anders bel ik de politie." "Wat is dat nou?" zei Vuurtoren "Dat is een behoorlijk hardnekkige cha-grijn, het moet niet erger worden." "Laten we hier maar weg-gaan. Ik wil niet nog een keer door Bromsnor thuis afgeleverd worden." De andere twee jongens zijn het met hem eens en snel verlaten ze de cabine. Op het balkon aangekomen zei Dikkie: "Ho eens even. De passagiers zijn nu natuurlijk boos op ons. Het lijkt me een correcte actie als we ze onze excuses aan gaan..." Hij kreeg de kans niet om zijn zin af te maken, aangezien hij werd onderbroken door een schel gebraf. "Hee, Raaf, jij doerak. Heb je Spits weer meegenomen?" zei Vuurtoren, waarop Dikkie sprak: "Jij schelm!" "Ja jongens, ik kon het niet over mijn hart laten het beestje thuis te laten!" antwoorde Raaf, waarop hij zijn rugzak afdeed en hem opende. Uit de luxe uitgevoerde Eastpack rugzak (uiteraard met het logo veranderd in 'lastpak') kwam een klein wit hondje tevoorschijn. Dit was Spits, wisten de jongens.
"Hee!" zei Dikkie. "Ik heb een toppie idee om de passagiers van de trein op te vrolijken!" Even later gniffelden de drie van voorpretjes, ontsproten uit het geweldige idee van Dikkie.
Hoofdstuk 2
Hoe onze jongens in de aap logeren.
"Tatadadaaa! Tatadadaaa!" schreeuwde Vuurtoren door de trein, terwijl hij de schuifdeuren openduwde. "Hop Spits, loop maar vooruit!" Spits liep vooruit. De jongens volgden hem. Het was een bont gezelschap. Spits was grijs geverfd, en had een stofzuigerslang op zijn snuit gebonden, Vuurtoren's gezicht was geschminkt in alle kleuren van de regenboog, Raaf had een ware indianentooi op zijn hoofd, en Dikkie stampte een vrolijk wijsje uit zijn nieuwe klompen. "Tatadadaaa! Tatadadaaa!" vervolgde Vuurtoren "Circus vrolijke bende is hier! Circus vrolijke bende is hier!" en tegelijkertijd fluisterde hij naar Dikkie: "Hee di-kkie. zo moeten ze wel vrolijker worden! En anders eet ik mijn pet op!" "Gelukkig had jij al die spullen nog in je tas zitten!" was het antwoord. "Ja, gelukkig wel." Het bezoekje eerder die middag aan Drogist Geelman was thans een puik plan gebleken. "Woef-woef! Woef-woef!" blafte Spits vrolijk door de coupÈ "Woef-woef!" Maar och, wat was dat! De trein reed over een slecht stuk spoor, en de hele trein schudde heen en weer. "Hou je vast!" zei Dikkie. Maar het was al te laat. Raaf viel pardoes voorover, midden in de schoot van een kale meneer die een sigaar zat te roken. "Auw! Auw! Auw!" schreeuwde hij. "Wat is er Raaf?" vroeg Vuurtoren. "Mijn haar! Mijn haar!" was het antwoord. De jongens zagen plots dat het mooie gitzwarte haar van Raaf vlam had gevat. "Ha-ha Raaf." zei Dikkie "Je lijkt Vuurtoren wel!" Het enige antwoord van Raaf was een schel gegil, iets wat aangaf dat zijn hoofdhuid inmiddels extreme temperaturen te verwerken kreeg. Gelukkig was de reddig nabij. Vuurtoren rende naar de achterste bestuurderscabine, haalde hier een brandblusser weg, rende terug en richte deze op Raaf.
"Ha-ha Dikkie. Je lijkt wel een sneeuwman." zei Raaf, gedoofd en van de schrik bekomen. En inderdaad. Dikkie leek nÈt een sneeuwman. Dankzij de richtkunsten van Vuurtoren was de gehele coupÈ onder een dikke laag poe-der-brand-blus-ser-poed-er terecht gekomen. "Kwajongens!" schreeuwde een passagier. "Kinkels!" scheeuwde een ander. "Schavuiten!" riep een ander. "Kom op jongens, we moeten hier weg." zei Raaf "Voordat er ongelukken gebeuren!" de jongens stemden hier mee in, en ze liepen in de richting van de deur. Echter op dat moment reed de trein weer over een slecht stuk spoor en deze maal verloor Vuurtoren pardoes zijn evenwicht. In een dramatische poging om maar staan-de te blijven greep hij naar alles wat hij maar binnen handbereik had. Hij zwaaide wild met zijn armen heen en weer en kreeg eindelijk iets vast in zijn handen. Direct hierop begon de trein drastisch te remmen en kwam het na enkele honderden meters tot stilstand. Raaf en Dikkie keken angstig naar Vuurtoren, die de noodrem in zijn handen had. "Gompie Vuurtoren. Volgens mij zitten we nu flink in de penarie!" zei Raaf. "Schurken! Deugnieten! Kinkels! Schavuiten! Schobbejakken!" klonk het vanuit de voorkant van de trein. Daar kwam de machinist aangestormd. "Wat zullen we nou be-le-ven! De hele coupÈ is wit!" Na het zien van ons drietal en het Spits zei hij: "Jullie weer! Stelletje kwajongens! Jullie groeien op voor galg en rad!" draaide zich om, en beende weg. Even daarna begon de trein weer te rijden en durfden onze helden weer adem te halen. "Jeetje" zei Raaf. "Waarom kunnen we nou nooit eens iets goed doen?" "Ja!" beaamde Dikkie "Elke keer loopt het zo. Elke keer!" Vuurtoren bracht, gehurkt in een hoekje zittend, slechts een zacht gesnik voort, en Spits blafte, naÔef als het beestje was, vrolijk in het rond.
De machinist was inmiddels weer in zijn stuurhokje aangekomen en de trein begon weer te rijden. "Zeg Vuurtoren, droog je tranen." ze Dikkie "We zijn bijna weer thuis." Met enig tegenzin ging Vuurtoren, die af werd ge-leb-berd door Spits weer staan. Samen liepen ze naar het balkon. Juist op dat moment reed de trein het station van Enkhuizen in, en zodra deze tot stilstand was gekomen, stapten onze vrienden uit. Maar wat was dat nou, Raaf, Vuurtoren en Dikkie werden pardoes vastgegrepen door enge gemaskerde mannen, tegen de grond gesmeten en hand-ge-boeid. "Laatmelos! Laatmelos!" schreeuwde Dikkie, "Maarwehebbengeenjeugdcentrum! Maarwehebbengeenjeugdcentrum!" huilde Vuurtoren, die de wanhoop nabij was, "Ik wil mijn mama! We zijn onschuldig!" krijste Raaf, die werd be-ur-rin-eerd door Spits, die de hele commotie geweldig vond.
Even later, toen Dikkie en de anderen, na een preek van veldwachter Bromsnor, thuis weer warm onder de wol lagen, zaten de ouders van de jongens gezellig na te praten onder het genot van een beker warme chocolade. Nog schuddebuikend van het lachen om het kale hoofd van Raaf, en Spits die als olifant veel indruk had gemaakt, ook bij het peleton ME-ers, zeiden ze allemaal in koor: "Onze jongens, het zijn rakkers! Maar ze hebben een hart van goud!"
